
Het DNA-onderzoek naar de menselijke resten die eind maart werden gevonden in een riolering in de Trawoolstraat in het Vlaams-Brabantse Vilvoorde heeft een belangrijke doorbraak opgeleverd. Volgens het parket Halle-Vilvoorde is er een match gevonden met menselijke resten die eerder al in 2019 werden aangetroffen. “Er kan met zekerheid gesteld worden dat de overleden persoon minstens zeven jaar overleden is”, klinkt het.
De zaak begon op woensdag 25 maart, toen een arbeider tijdens rioleringswerken een bot aantrof in de riolering. Politiezone ViMa (Vilvoorde-Machelen) kwam samen met het labo en DVI, de dienst slachtofferidentificatie van de federale politie, ter plaatse. Kort daarna werd bevestigd dat het om menselijke resten ging, meer bepaald een dijbeen van een mannelijk persoon. In de weken nadien werd de riolering verder onderzocht door onder meer DVI, de Cel Vermiste Personen, de Civiele Bescherming en het labo. Daarbij werden nog meerdere menselijke botten gevonden. Alle resten werden vervolgens overgebracht naar het UZ Leuven voor wetsgeneeskundig onderzoek en DNA-analyse.
Geen aanwijzingen voor misdrijf
Dat DNA-onderzoek heeft nu een match opgeleverd met menselijke resten die in 2019 al werden gevonden. Meer details over die eerdere vondst geeft het parket voorlopig niet vrij. “Er kan met zekerheid gesteld worden dat de overleden persoon minstens zeven jaar overleden is”, zegt woordvoerster Mélanie Geeraerts van het parket Halle-Vilvoorde. Volgens het parket zijn er voorlopig geen aanwijzingen dat er sprake is van een misdrijf. “Niets van het tot nu toe uitgevoerde onderzoek wijst op een crimineel feit”, klinkt het.
Ondanks de DNA-match is de identiteit van de overleden man nog altijd niet achterhaald. Het onderzoek naar zijn identiteit wordt voortgezet door DVI, de Cel Vermiste Personen, politiezone ViMa en het parket Halle-Vilvoorde. Hoe de menselijke resten in de riolering terechtkwamen, blijft voorlopig onduidelijk.