
Niet alleen Crabbe, maar ook zijn ploegmaat Victor Vercouillie zette nadrukkelijk zijn stempel op de 150 kilometer lange openingsrit in Bellegarde. De West-Vlaming reed samen met drie anderen lange tijd op kop, ging in de finale solo versnellen, en werd pas in de slothectometers weer bijgehaald door het peloton.
Op de achthonderd meter lange, steile slothelling zette topfavoriet Kubis zijn versnelling van ver in, maar Crabbe kleefde aan het wiel, en ging in de laatste rechte lijn nog over de Slovaakse kampioen. De Fransman Clément Izquierdo (Cofidis) werd derde, maar dat al op een kloofje van twee seconden.
Voor de twintigjarige Crabbe was het de eerste profzege, voor Flanders-Baloise de eerste sinds 2024. Vorig jaar maakte hij ook al naam met een tweede plek in een etappe van de Ronde van Groot-Brittannië, toen achter de Nederlander Olav Kooij. Crabbe heeft een verleden als baanwielrenner, maar focust zich nu voornamelijk op de weg. Crabbe is uiteraard ook de eerste klassementsleider van de Ster van Bessèges, die nog vier dagen duurt. In de stand heeft hij vier seconden voorsprong op Kubis. Donderdag wacht een sprintersrit, zondag de wellicht beslissende slottijdrit.
Mooie dag
“Het was echt geweldig”, lachte Crabbe na afloop. “Ik zat in het slot goed vooraan, in het wiel van Kubis. Ik voelde me heel sterk en hij koos de binnenkant bij de laatste bocht, waarna ik volle gas ging tot het einde. Het voelt echt gek. Het was echt zwaar. Ik ging eigenlijk vol voor de tweede plek, omdat ik hoopte dat Victor voorop zou blijven. We pakten hem op 200 meter van de finish, waarna ik het kon volhouden. Het is een mooie dag voor ons beiden. Ik ga de leiderstrui nu proberen vast te houden en er vooral zo veel mogelijk van te genieten.
“Op het moment dat duidelijk werd dat Victor (Vercouillie) ingelopen zou worden, wisten we dat we Tom zouden uitspelen in de sprint. Vorig jaar had ik hem tweede zien worden in een zware etappe in de Tour of Britain. En in november zag ik hem op de Gentse Zesdaagse dag na dag de snelste baanronde winnen. Dat waren sprints aan 68-69 km/h. Toen heb ik bij mezelf gedacht: ‘ow, gene gewonen (lacht).’
“Ik ben zelf nog aan het ontdekken wat voor renner Tom precies is, maar hij wint vandaag een sprint waar het in de laatste kilometer nog zeshonderd bergop ging, aan redelijke percentages. Sterk als je dat kan op je twintigste. Het is een jongen met een sterke, frisse kop. Schrijf maar op: je gaat er nog van horen.”
“Voor onze ploeg is dit natuurlijk een opsteker. Op stage merkte ik al dat de sfeer goed zat. Ook in Mallorca – een koers die ik volgde op tv – vond ik ons echt sterk. Punt is nu om die positieve lijn door te trekken.”
Uitslag:
