
De Raad van State heeft de vraag tot schorsing van het hoofddoekenverbod in de Oost-Vlaamse provinciale secundaire scholen verworpen. Zes leerlingen en drie vzw’s hadden de procedure aangespannen tegen het neutraliteitsreglement dat vanaf 1 september 2026 het dragen van levensbeschouwelijke kentekens, symbolen of kledij verbiedt tijdens onderwijsactiviteiten in de Richtpunt-scholen.
Het verbod werd eind vorig jaar goedgekeurd door de provincieraad van Oost-Vlaanderen met steun van N-VA, Vooruit en CD&V. Daar waren enkele leerlingen en organisaties niet voor te vinden.
Ze stelden dat het reglement niet alleen het recht op onderwijs schendt, maar ook de godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel. Ze kregen daarbij steun van organisaties zoals Mijn School Mijn Keuze, BOEH!, Muslim Rights Watch België, Ella en Furia.
Geen ‘hoogdringendheid’
In een arrest van 11 mei 2026 oordeelt de Raad van State echter dat de verzoekende partijen onvoldoende aantonen dat er sprake is van hoogdringendheid.
Volgens de Raad maken de leerlingen niet aannemelijk dat zij tijdelijk geen alternatief onderwijs kunnen volgen in een andere school op aanvaardbare afstand waar geen gelijkaardig verbod geldt.
Ook de drie betrokken vzw’s konden volgens de Raad niet voldoende verduidelijken welke concrete nadelen zij zelf ondervinden die een schorsing van het besluit zouden rechtvaardigen.
Met de uitspraak blijft het neutraliteitsreglement voorlopig behouden. De procedure ten gronde over de wettelijkheid van het verbod loopt wel nog verder.