
De oudste inwoner van ons land is niet meer. De 110-jarige Denise Waelbers uit Mortsel heeft haar laatste adem uitgeblazen, in het bijzijn van haar naasten.
“Ge moet durven in het leven.” Dat was haar motto, vertelde ze afgelopen september in een interview met onze redactie, naar aanleiding van haar 110de verjaardag. Ze besloot als eerste vrouw in haar omgeving om broeken te dragen. “Mijn vriendinnen vonden dat raar, maar ik denk dat ze jaloers waren.”
Niet alleen op het vlak van kleding bleken Denise en haar familie modern. Als een van de eerste gezinnen in de buurt hadden ze een auto, waar Denise vanaf de jaren 1930 ook zelf mee mocht rijden, en zodra ze konden, schafte de familie ook een vaste telefoon aan. “Ons nummer was 204.”
Denise Waelbers werd geboren in 1915 in een gehucht bij Lommel in Limburg, in een gezin van vijf kinderen. De Eerste Wereldoorlog maakte ze dus nog net mee. “Veel herinner ik me niet”, vertelde ze. “Maar ik weet wel dat er een Duitse soldaat was die vond dat ik op zijn dochtertje leek en die altijd met mij en mijn moeder wilde gaan wandelen. Mijn moeder vond dat maar niets.”
Sekscinema
Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerden verschillende soldaten haar het hof te maken, maar de liefde van haar leven ontmoette Denise pas toen ze 35 was. Met Frank verhuisde ze naar het Statieplein (nu het Koningin Astridplein) in Antwerpen. “We woonden boven een sekscinema. Als mijn familie op bezoek kwam, belden ze ons eerst op. Dan konden we de deur op tijd opendoen, zodat ze niet te lang moesten wachten in de hal waar de filmposters hingen.”
Om de kost te verdienen, runde Denise een groothandel in kippen, konijnen en hazen. De bestellingen reed ze niet rond in een camionette, maar in haar Ford Mustang.
Tot aan haar overlijden woonde ze thuis, in een appartement in Mortsel. Haar man moest ze al in 1980 afgeven. Het was buurvrouw Monique, zelf al eind de 70, die de zorg voor Denise op zich nam. Wandelen lukte de laatste jaren niet meer. Toen Monique na een operatie moest revalideren, ging Denise even naar een rusthuis. “Het was daar niet slecht, maar het was niets voor mij. Mensen worden daar iemand anders, ik wil gewoon Denise Waelbers blijven.” En die bleef ze tot het einde.