
Een opvallend incident in de Ronde van Vlaanderen krijgt mogelijk nog een juridisch staartje. Een groep renners, met onder meer Remco Evenepoel en Tadej Pogacar, negeerde een rood sein aan een spoorovergang en dat kan gevolgen hebben.
Parket overweegt vervolging
Het moment zorgde meteen voor opschudding in de koers. Terwijl een eerste groep nog doorreed, besloot een tweede groep – met onder meer Wout van Aert en Mathieu van der Poel – wél te stoppen aan de gesloten overgang.
Volgens de verkeersregels is de situatie nochtans duidelijk: bij een rood waarschuwingslicht moet er altijd gestopt worden, ongeacht de positie van de slagbomen.
Het parket van Oost-Vlaanderen liet intussen weten dat het de zaak ernstig neemt. De betrokken renners zullen geïdentificeerd worden en er wordt een proces-verbaal opgesteld. Daarmee is een gerechtelijke procedure niet uitgesloten.
Het negeren van een spoorovergang valt onder een zware overtreding, wat betekent dat de zaak uiteindelijk voor de politierechtbank kan komen.
“In elke omstandigheid dom”
Politierechter Geert Vandaele liet zich streng uit over het voorval. “Het is in elke omstandigheid dom om een rood licht te negeren”, klonk het scherp bij Het Nieuwsblad. Volgens hem maakt het overigens niet uit dat het om een wedstrijdsituatie gaat. “Er zijn normen die hoger staan dan sport”, benadrukte hij.
In theorie riskeren de betrokken renners een boete van 320 euro en een rijverbod van minstens acht dagen, al moet nog blijken of het effectief tot een dagvaarding komt. Een minnelijke schikking blijft ook mogelijk.
Ook bij Infrabel klonk teleurstelling. Het incident kwam extra hard binnen, zeker gezien een recent ongeval aan een spoorovergang. Volgens de spoorwegbeheerder is het belangrijk dat er een duidelijk signaal wordt gegeven.