
Sportief was het geen topjaar, en toch eindigdeWout van Aert(31) onlangs als vijfde in de verkiezing van ‘Belg van het Jaar’. Eens een chouchou, altijd een chouchou? “Misschien wel”, kijkt Van Aert toch wel met trots terug op zijn uitslag.
Sportief gezien was 2025 geen boerenjaar voor Wout van Aert. Akkoord, hij was de enige coureur die Tadej Pogacar bergop uit het wiel kon rijden, daar op de kasseitjes van Montmartre in de Tour de France. Maar voorts botste hij meer dan eens op onder anderen Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel.En toch eindigde Van Aert in de lijst van ‘Belg van het Jaar’, een verkiezing van HLN en VTM NIEUWS, op de vijfde plaats. Daarmee was hij niet alleen de hoogst genoteerde wielrenner, maar de hoogst gerangschikte sportertout court.
“Als ik het aantal keren tel dat ik op de voorpagina van een krant sta, verbaast me die uitslag niet”, lacht Van Aert op de mediadag van zijn ploeg Visma-Lease a Bike over zijn knappe klassering. “Maar al die keren dat ik op een voorpagina sta, verbaast me wel. De ‘Belg van het Jaar’ is een soort populariteitspoll, vind ik. Dus die vijfde plek is wel leuk om te zien. Eens een chouchou altijd een chouchou?(lacht)Misschien wel. Van zoiets kan ik steeds meer genieten.”Van Aert gaf eerder aan dat het niet altijd gemakkelijk is om waar te maken wat de vele supporters van hem verwachten.
Verwachtingen:“Ik werk superhard om de best mogelijke versie van mezelf te zijn, maar het is niet makkelijk om te voldoen aan de eigen verwachtingen en die van de buitenwereld op basis van het palmares dat je al hebt. Zeker als het al een tijdje geleden is dat je nog eens hebt kunnen winnen.”Maar koersen winnen of niet, geliefd blijft Van Aert altijd en overal.Al wil hij in 2026 weer aanknopen met die absolute topoverwinning. Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix staan met stip op nummer één.