
Mathieu van der Poel heeft opnieuw toegeslagen in Tirreno-Adriatico. De Nederlander van Alpecin-Deceuninck schreef donderdag ook de vierde etappe op zijn naam en pakte zo zijn tweede ritzege in deze editie van de Italiaanse rittenkoers. In de sprint van een uitgedunde kopgroep bleek hij met duidelijke voorsprong de snelste.
Na afloop sprak Van der Poel van een zware koersdag. “Het was een behoorlijk pittige dag, met een sterke kopgroep”, vertelde hij in het flashinterview. “De snelheid lag de hele dag hoog en in de bergen was het behoorlijk koud.”
In de finale zette Team Visma | Lease a Bike het tempo hoog op de laatste klim, waardoor de wedstrijd verder openbrak. Van der Poel hield zich echter rustig en speelde het tactisch.
“Daarna kon ik een beetje pokeren, omdat ik al een rit had gewonnen”, legde hij uit. “Ik besloot te wachten op de sprint. In de laatste kilometer deed ik alles perfect, denk ik.”
Op ongeveer vijfhonderd meter van de finish probeerde Filippo Ganna nog te verrassen met een late aanval. Van der Poel had die move echter al zien aankomen.
“Ik verwachtte dat Ganna nog iets zou proberen”, zei hij. “En ik wist ook dat Visma wilde sprinten met Wout van Aert. Daarom probeerde ik meteen te reageren op alles wat er gebeurde.”
Sprint iets te vroeg ingezet
Van der Poel zette zijn sprint uiteindelijk vrij vroeg in. “Misschien ging ik een beetje te vroeg aan”, gaf hij toe. “Het was nog best ver naar de streep en er stond ook nog tegenwind. Maar gelukkig kon ik het volhouden.”
Na zijn overwinning in de tweede etappe, waar hij Isaac Del Toro en Giulio Pellizzari klopte in een sprint bergop, was hij dit keer ook de snelste op een vlakke aankomst.
“Het was een vlakke sprint, ja”, glimlachte hij. “Maar alles wat daarvoor kwam was allesbehalve vlak.”
Van der Poel was vooral tevreden met zijn vorm. “Het was een lastige dag. Ik ben blij dat ik het kon afmaken en dat het gevoel goed is.”