
Na achtste wereldtitel staat het vast: Mathieu van der Poel is de beste veldrijder aller tijden
Voor Sven Nys en Wout van Aert was hij het al langer. En na zijn achtste wereldtitel kan niemand er nog omheen: Mathieu van der Poel (31) mag zich met recht en reden dé GOAT van het veldrijden noemen —the greatest of all time. Wat ooit begon als het verhaal van een uitzonderlijk supertalent, groeide uit tot een carrière die grenzen verlegt en records verpulvert.Van jongs af aan was duidelijk dat Van der Poel geen gewone renner was. Als kleinzoon van Raymond Poulidor en zoon van Adrie van der Poel kreeg hij het wielrennen met de paplepel ingegeven. Maar zelfs met die indrukwekkende pedigree was het verre van vanzelfsprekend dat hij zou uitgroeien tot een fenomeen dat generaties overstijgt.
Coaches, mecaniciens en ploegmaats die hem al sinds zijn jeugd begeleiden, wijzen vooral op zijn tomeloze honger naar verbetering. “Mathieu wil altijd weten waar het nóg beter kan,” klinkt het bij mensen uit zijn entourage. Zijn technische vaardigheden, explosiviteit en koersinzicht maken hem uniek, maar minstens even belangrijk is zijn mentale kracht. Van der Poel blijft zichzelf heruitvinden, zelfs wanneer hij al op de top staat.
Met acht wereldtitels schrijft hij geschiedenis in een discipline waar concurrentie nooit zo sterk was als vandaag. Dat maakt zijn prestaties des te indrukwekkender. In een tijdperk met renners als Wout van Aert, Tom Pidcock en Eli Iserbyt slaagt Van der Poel erin om telkens weer het verschil te maken op de belangrijkste momenten.
Zelf blijft hij opvallend nuchter onder de loftuitingen. “Ik denk dat het leuk moet zijn om het eens vanop een afstand te zien, door de ogen van iemand anders,” zegt hij. Voor Van der Poel draait het nog altijd om het plezier op de fiets en de drang om grenzen te verleggen — in het veld, op de weg en in het mountainbiken.Wat zijn nalatenschap zal zijn? Meer dan alleen cijfers en titels. Mathieu van der Poel heeft het veldrijden opnieuw op de kaart gezet, inspireert een nieuwe generatie renners en toont dat veelzijdigheid geen beperking hoeft te zijn, maar net een kracht. Met zijn achtste regenboogtrui is de conclusie onontkoombaar: hij is niet zomaar een kampioen, hij is een maatstaf geworden.