
Na verschillende pogingen de afgelopen jaren is Tadej Pogacar (27) er eindelijk in geslaagd om het laken naar zich toe te trekken in Milaan-Sanremo. Ondanks een valpartij op 33 kilometer van de meet, ranselde hij het peloton uiteen bergop. Enkel Tom Pidcock kon zijn wagonnetje aanhaken, maar moest in een sprint nipt onderdoen voor de Sloveen. Wout van Aert, ook betrokken bij die tuimelperte van Pogacar, mag na een late uitval mee op het podium.
Even zag het er op 32 kilometer van de meet naar uit dat het einde verhaal was voor topfavoriet Tadej Pogacar.
Een valpartij leek roet in het eten te gooien en ook bij de Sloveen hakte die er even stevig in.
“Ik moest zelfs even aan Michael Matthews denken.” Zijn Australische boezemvriend die op training onlangs beide polsen brak na een tuimelperte.
Vooral de timing van Pogacars val in volle aanloop naar de Cipressa was zeer ongelukkig. “Als je crasht net voor het belangrijkste deel van de wedstrijd weet je dat het moeilijk wordt. Gelukkig hadden mijn fiets en ik niet veel schade.”
“Zonder de ploeg zou ik vandaag zijn afgestapt”, gaat hij verder.
In een mum van tijd sloot hij dankzij hen toch terug aan in het peloton en kon hij op de Cipressa een eerste fusee afsteken: “Florian Vermeersch en Felix Grossschartner hebben er alles aan gedaan om me naar voren te brengen. Op de Cipressa deden Brandon McNulty en Isaac del Toro de rest.”
Pogacar pakte trouwens de KOM (King of the Mountain) op de Cipressa. Hij reed de beklimming naar boven in 8’49”.
Na het bommetje van ‘Pogi’ scheidde een trio met ook Pidcock en Van der Poel zich af. Het drietal maakte gezamelijk de duik richting Poggio, terwijl de achtervolgende groep met Pedersen, Van Aert en co wel steeds meer leek te naderen.
Geen tijd om te twijfelen dus: “Ik wilde all-out gaan op de Poggio. Ik voelde dat ik de benen had om dat te doen.”
Enkel Tom Pidcock kon nog ternauwernood volgen, Mathieu Van der Poel moest wel de rol lossen onder het gebeuk van de Sloveen. “Idealiter ging ik alleen, maar Tom (Pidcock, red.) was zo sterk.”
Met z’n tweeën richting de Via Roma. De explosieve Pidcock leek in een sprint à deux in het voordeel, en dat besefte Pogacar maar al te goed. “Ik had eerlijk gezegd wat schrik toen hij mij de kop opdrong: hij is zo snel. Ik wist dat ik niet te lang mocht wachten.”
En dat deed hij ook niet. Hij ging als eerste aan en kon Pidcock nipt afhouden. “Ik was pas zeker op 20 meter na de finish.”
Weer een Monument afgevinkt van het verlanglijstje.