
België vindt samen met een aantal andere EU-lidstaten de omvang van de nieuwe EU-meerjarenbegroting 2028-2034 véél te hoog. De Europese Commissie heeft een begroting voorgesteld van bijna 2.000 miljard euro, een verhoging van 800 miljard euro.
Behalve België vinden ook in ieder geval Nederland, Zweden en Finland dat onacceptabel, zo bleek dinsdag tijdens een vergadering met EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel. Duitsland en Frankrijk hadden zich eerder ook al tegen de verhoging uitgesproken.
“Onaanvaardbaar”
De bijdrage van Nederland aan de EU-begroting zou met 50 procent stijgen en dat is “onaanvaardbaar”, zei minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) dinsdag. Voor Zweden zou de bijdrage met 80 procent omhooggaan. “Dat is niet realistisch”, zei Jessica Rosencrantz, minister voor Europese Zaken.
“Buiten proportie”, vindt België de door de Commissie voorgestelde verhoging. “Op nationaal niveau moeten we onze broekriem aanhalen. Dan moet dat ook op EU-niveau gebeuren”, zei minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés).
Lidstaten baas
Vrijwel alle ministers hebben dinsdag gezegd dat de lidstaten de belangrijkste rol in de besluitvorming moeten behouden. De Commissie heeft een sterkere rol van het Europees Parlement voorgesteld. Daar lijken de lidstaten weinig voor te voelen.
Zodra de lidstaten het eens zijn over de omvang van de begroting en de verdeling ervan over beleidsonderwerpen zoals landbouw en defensie, kunnen de onderhandelingen met het Europees Parlement beginnen. Ook het parlement moet nog een gezamenlijk standpunt bepalen. Een meerderheid daar wil een meerjarenbegroting van 2.200 miljard euro.
Het is de bedoeling dat er eind 2026 een akkoord ligt.